Herbouw van een middeleeuws schip? Typen rivierschepen die langs Nijmegen voeren

Oberländer of Vlotschip


De Oberländer was een Duits scheepstype. Het voer van Keulen tot aan de Nederlandse kust, maar kwam in Nederland niet veel voor. Hier heette het Vlotschip.



Model Oberländer, H.Tournay D-Ratingen, privébezit, 1580


Periode:
Van de 11e t/m 17e eeuw zijn Oberländer types bekend. Meest voorkomend op de Waal in de 16e eeuw.

Grootte:
In 1531 met een geschatte lengte van 18 m en een breedste onderste diameter van 2 m. Draagvermogen 4 ton, waterverplaatsing 1,5 ton, diepgang 25 cm. Volgeladen kwam het 70 cm diep, vrij boord 30 cm

Vervoer:
Gezouten haring, wijn, zout, molenstenen, koeien. Ook werden de schepen bij de eindbestemming stroomafwaarts uit elkaar gehaald en als hout verkocht. De onderkant van het schip werd uit één doorgezaagde uitgeholde eikenboom gemaakt.

Gebruik:
Onbekend hoe er met de Oberländer werd gevaren, wellicht zoals met een gondel. Er kon waarschijnlijk niet mee worden gezeild.

Nijmegen:
In 1565 voeren er 92 Vlotschepen stroomafwaarts langs Nijmegen en 72 stuks stroomopvaart. Namen van Nijmeegse schippers met Vlotschepen: Derrick en Marcus Lossert, Jorien Buijll (een schipperse, vrouw), Fam Uwens, bezaten een Vlotschip, Swellis en Aak. In Arnhem is een Oberländer uit de 13e eeuw gevonden.


Oberländer bij Keulen, 1531, gezicht op Keulen, Anton Woensam


Voor meer informatie: Oberländer




Beitelaak


Beitelaken hadden aan de voorkant de vorm van een beitel. De Beitelaak werd in eerste instantie in Duitsland en later in Nederland gebouwd



Model van een gewone Aak, collectie Scheepvaartmuseum Düsseldorf
16e eeuw

Periode:
Van de 14e eeuw tot en met eind 16e eeuw waren Aken de meest voorkomende schepen op de Rijn, Waal en IJssel. In de 15e en 16e eeuw voeren vnl. Beitelaken tussen Keulen en de Nederlandse kust.

Grootte:
Variërend in lengte. Meestal groot schip voor de lange afstand. Geschatte lengte16m, 4m breedte, kon 80 ton vervoeren. Door vijf paarden voort te trekken.

Vervoer:
Voor 1600 bestond de lading vooral uit wijn, hout, molenstenen, kersen, haver.Later werd ook zout, vis mee vervoerd. In het beitelvormige gedeelte kon smokkelwaar worden opgeborgen

Gebruik:
De beitelvorm kon een ijsklap opvangen. Wijntransporten uit Keulen konden daarmee de hele winter doorgang vinden.

Nijmegen:
De Beitelaak werd in Nijmegen Swellis genoemd. Jan Allers, Beitelschipper en handelaar in aardewerk te Nijmegen en Culemborg uit de late zestiende eeuw. Op 1 april 1603 voer de weduwe van Culemborgse schipper Herman Noet, een schipperse, langs Nijmegen met een Aak geladen met zout. De compacte Nijmeegse Moll-aak was speciaal bedoeld om bier te vervoeren.



Beitelaak voor Keulen, 1531, gezicht op Keulen, Anton Woensam



Voor meer informatie:  Beitelaak






Baerdze of Bark


De Baerdze of Bark kon worden gebuikt door edelen als Staatsie Baerdze en isvergelijkbaar met een koninklijk vaartuig. Er is weinig over het uiterlijk bekend. Dit scheepje was niet algemeen in gebruik,.
De enige bekende afbeelding is van een zeevarend Baerdze



Zeevarende Baerdze, op de klippen gelopen, mast gebroken, gravure Willem a Cruce, 1475

Periode:
Van de 13e t/m15e eeuw waren er Staatsie Baerdzen. Nu bestaan er nog Barken.

Grootte:
In Ipswich, Engeland, bouwde men van 1294-1295 een Koninklijke Baerdze, met één zeil en 30 roeiriemen. Een stuk kleiner dan een zeevarende Bark van de afbeelding die 24 m lang was en 6 m breed. Een kleine Duitse Baerdze uit 1475 woog 50 ton en vervoerde 24 bewapende manschappen.

Vervoer:
Bestemd voor personen en goederen. Als Staatsieschip door vorsten of belangrijke steden in gebruik bij de Blijde Incomsten (optochten).

Gebruik:
Kleine roeigalei met op het achterschip een kasteel of kampanje.Een wendbare platbodem, belangrijk bij de oorlogsvoering. Geschikt voor rivieren en kanalen in Nederland, soms ook zeewaardig gemaakt

Nijmegen:
Katharina van Kleef bezat een Baerdze. Ze voer daarmee over de Waal en Rijn, o.m. van Kleef naar het Valkhof in Nijmegen. Haar gevolg ging over de weg. Onbekend is of Nijmegen een eigen Baerdze bezat of dat Nijmeegse schippers een rivier Baerdze bezaten.




De Heilige Ursula komt in Keulen aan,1499, vergelijkbaar met een Staats Baerdze.


Voor meer informatieBaerdze




Samoereus of Keulenaar


De Samoereus werd vanwege de vaart op Keulen ook Keulenaar genoemd. Lijkt op de Aak. Bestemd voor de lange vaart tussen Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Keulen, ook op de Sambre en Maas. Voornamelijk voeren ze op de Gelderse Rijn en IJssel. Het meest succesvolle binnenvaartschip op de Rijn.


Model Samoereus, 1800, collectie Maritiem Museum Rotterdam


Periode:
Bekend vanaf 1497. Op de Rijn komt de Samoreus van 1629 nog in grote aantallen voor.

Grootte:
Er zijn grote en kleine Samoereuzenbekend. In de 17e eeuw was het schip 25/35 m lang, en woog 100 /300 ton. Er waren 10 paarden nodig om zo´n schip te trekken. Voor de 15e eeuw geschat op 15-20m.

Vervoer:
Grote producten vanwege het enorme laadvermogen,zoals hout op de Rijn en Waal, en turf op de Rijn en IJssel. Daarnaast o.m. houtskool, baksteen, zout en zeep. Ook passagiersvervoer tussen Nederland en steden aan de Neder-Rijn.

Gebruik:
De route stroomopwaarts, van Amsterdam tot Düsseldorf, duurde veertien dagen, stroomafwaarts acht dagen. De Samoereus diende voor de schippers als woonverblijf

Nijmegen:
Samoereuzen kwamen veel langs Nijmegen.Cornelis Coenen uit Nijmegen passeert in 1573/’74
IJsseloord (nabij Arnhem) met een ‘Sammereus’, en twee keer met een ander schip, de Beyer
In 1603 gaan er bij Nijmegen 55 samoereuzen stroomafvaartwaarts en 13 stroomopwaarts. De Lange Hezelstraat 89 heette in 1628 ‘In de Samereux’.





Samoereus, gravure Reinier Nooms,1650

Voor meer informatie: Samoereus




Waterschip


Waterschepen vervoerden water, maar vooral verse vis. Van het zeevarende waterschip is veel bekend, maar van het binnenvaart waterschip is het uiterlijk niet bekend. Niet zo typerend voor de Rijnvaart. Het uiterlijk is tussen 1500-1825 nauwelijks veranderd.






Model zeevarend waterschip uit Marken, collectie Maritiem Museum Rotterdam, 1500-1850

Periode:
Voor het vervoer van zoetwatervis kwam het schip voor tussen 1350-1550. Het zeewaardige type uit de Zuiderzee voer van 1500-1825.

Grootte:
Het zeevarende waterschip was 16 - 21,5 meter lang en 5 - 6,5 meter breed. De kiellengte is 12 - 17 meter. Het rivierschip zal kleiner zijn geweest.
Vervoer:
De oudste waterschepen vervoerden zout water voor de zoutziederijen en vers zoet water voor de bierbrouwerijen. Echter vooral bestemd voor levende vis in een ruimte in of achter het schip. Haring en kabeljauw werden vooral gezouten aangeleverd en met andere scheepstypes vervoerd. Verse levende vis werd over de Waal met waterschepen aangevoerd, zoals aal, rondvis, schol. Riviervis werd gevangen en vervoerd: snoek, zalm, witvis
Gebruik:
Alleen in de bouwwijze kwamen in de loop der eeuwen wijzigingen voor. Tussen 1500-1550 werd het schip groter, er kwam meer werk- en opslagruimte, waardoor men meer vis kon vangen voor de groeiende bevolking.
Nijmegen:
Een Nijmeegse schipper uit de 16e eeuw is Jan Palinck, die met aal in Tiel aankwam. In Nijmegen woonden veel bierbrouwers in de late Middeleeuwen rond de Lange Hezelstraat. Waterdragers vervoerden water van de Waterschepen naar de vele brouwerijen.



Waterschip voor verse vis, onbekend of het rivier waterschip er zo uitzag

 
Voor meer informatie:  Waterschip